|
Levend vaccin |
Dood
vaccin |
| Vermenigvuldiging in
gastheer |
Geen vermenigvuldiging
in gastheer |
| Humorale en cellulaire
immuniteit |
Vrijwel geen cellulaire
immuniteit |
| Meestal eenmalig
vaccineren |
Twee vaccinaties
noodzakelijk |
| Langdurige immuniteit |
Kortdurende immuniteit |
| Kans op interferentie
maternale antilichamen |
Minder kans op
interferentie maternale antilichamen |
| Weinig lokale reactie en
residuen |
Relatief veel kans op
locale reactie en residuen |
| Kans op uitscheiding |
Geen kans op
uitscheiding |
| Kans op persistentie |
Geen kans op
persistentie |
| Kans op reversie naar
virulentie |
Geen kans op reversie
naar virulentie |
| Meestal geen adjuvans
nodig |
Altijd adjuvans nodig |
| Geen conserveringsmiddel
(houdbaarheid beperkt) |
Vaak conserveringsmiddel
(betere houdbaarheid) |
| Goedkoper dan dood
vaccin |
Duurder dan levend
vaccin |